Na twee jaar Barjac merken we, dat we behoorlijk verknocht beginnen te raken aan Barjac. Zowel aan de stad als aan de regio. Zo lang duurt het om te weten of het je ergens bevalt of juist niet. En beetje bij beetje leren we die verknochtheid ook te benoemen!
Om te beginnen zijn er de vrienden, die we hier hebben leren kennen en die ons dierbaar zijn geworden. Dat zijn deels Fransen (“lokalo’s”, plaatselijke bewoners en exploitanten van de winkels, restaurants en andere bedrijven hier) maar deels ook Nederlanders, Belgen, Engelsen en Zwitsers die net als wij hier zijn komen wonen. Anders dan in Bourgogne-Franche-Comté waar we contacten met andere Nederlanders eerder uit de weg gingen dan opzochten, vinden we het hier eigenlijk leuk om díe voormalige landgenoten te leren kennen, met wie we óók in Amsterdam vroeg of laat bevriend zouden zijn geraakt. Een tiental van hen rekenen we intussen tot onze directe vriendenkring: Cees en Dorien uit Nîmes, op wiens advies we in deze regio zijn neergestreken, en Roos en Paul (die helaas intussen overleden is) van wie we het huis in Barjac konden huren, maar ook Bernard (landgenoot ÉN een van de plaatselijke huisartsen!) en zijn vrouw Clara, Max (gepensioneerd politieman) en Rosalien, Femke (ex-collega van Peter’s neef Dave) en haar vriend Ruben, bijvoorbeeld. Stuk voor stuk zijn al die mensen reden om niet te ver weg te verhuizen.
Dan is er het vermaak en vertier van Barjac. Hoewel het een klein stadje is, is er een groot deel van het jaar voldoende “reuring”, soms zelfs iets te veel (als de halfjaarlijkse antiekmarkt weer eens toeslaat, bijvoorbeeld, of als het vakantieseizoen is, in juli en augustus; in die perioden mag het van ons soms wel wat minder…). Er zijn tien restaurants in het centrum (allemaal op loopafstand) waarvan de meesten minstens zes maanden per jaar open zijn, sommige zelfs het hele jaar. Een paar koffie-terrasjes en een heus “café” zijn er ook. En ook in de directe omgeving zijn er tientallen eetgelegenheden waar we terecht kunnen. Genoeg te doen, dus!
Landschappelijk en qua klimaat is Barjac heel bijzonder: wie tien minuten rijdt in één van de vier windrichtingen, is in een landschap dat in NIETS overeenkomt met de drie andere windrichtingen! Je kan dus in heel korte tijd de kloven van de Gorges de l’Ardèche verruilen voor de bergen van de Cevennen of de kreupelhoutvlaktes van de “Carrigues”, en ook het laagland verlaten en naar de toppen van de Mont-Bouquet rijden, of het “défilé” van de Ardèche volgen, of over een van de talloze “ponts submersibles”, de bruggen die soms geheel onder water verdwijnen. En bij dat alles ligt Barjac BINNEN het beroemde halve-maantje-vorminge gebied waar een Mediterraan klimaat heerst, maar weer BUITEN de hoofdstroom van de Mistral en de Tramontane, de twee overheersende winden.
Qua ‘uitvalsbasis’ zijn we er wél iets op achteruit gegaan t.o.v. Nîmes: waar die stad pal aan de A-9 en de A-54 ligt (richting Spanje en Italië) en dicht bij de A-7, A-8 en A-75 (naar Lyon, Nice en Clermont-Ferrand) zodat ook verre bestemmingen gemakkelijk aangedaan kunnen worden, is er vanaf Barjac altijd minstens een uur ‘slingeren’ nodig voor je op een autoroute uitkomt. Wel lekker weinig files, maar ja…
In Barjac is het dorp – de stad, wordt hier gezegd – op loopafstand: in tien minuten loop je van ons huisje naar de eettentjes, de terrasjes, het marktplein en het stadhuis. Het is een beetje een klim, maar dát is dan weer heel goed voor de conditie, nietwaar? Hoe het ook zij, Peter en ik leggen die afstand dagelijks minstens één keer af, soms twee of drie.
Een laatste, recente reden om Barjac nog niet achter ons te laten is het feit, dat de stad sinds een aantal weken weer een eigen huisarts heeft! In de toenemende “zorg-woestijn” die Frankrijk aan het worden is (net als Nederland, zo begrijpen we) is het een verademing om lokaal een huisarts bij de hand te hebben. Toegegeven, “Dr. Bernard” heeft ons aangenaam en héél professioneel uit de brand geholpen, maar het viel ons soms zwaar een beroep te moeten doen op iemand, die je eerder als vriend dan als huisarts ziet, al wou hij zelf nooit van bezwaren weten.
Kortom: vijf goede redenen om te proberen hier te blijven!
….wonen we in feite. Tussen twee rivieren, waar vaak nauwelijks water in staat maar die SOMS ook woeste en alles vernietigende stromen worden, als er weer eens een onmatige hoeveelheid regen is gevallen in de Cevennen. Zoals in Maart 2024, toen alleen al in de Gard zes doden vielen na een bui met evenveel regen als normaal in een hele maand, waarbij de beide rivieren vijf of zes meter hoger kwamen dan in de zomer.

